Men gaat op reis om thuis te komen.

Lin Yutang

Het verlangen om bij de roedel te horen

Van welke clubjes bij jij lid? Ga je iedere week naar yoga of pilates, altijd bij dezelfde juf? Heb je een ondernemersclub, een sportvereniging of vast wandelgroepje? Als je erover nadenkt, hoor je bij best wel wat groepen. Ik denk aan de Feedbackers (zoals wij onszelf noemen, mijn collega-ondernemers), de sportclub voor de hele familie, de vrijwilligersclub Thuisgekookt, stichting MM Foundation, de Bob-eetclub, het bloggenootschap van Blogzinnig en de buurtapp. Allemaal met hun eigen taal, gebruiken en cultuur. Ik voel me er thuis.

Het wij/zij principe

Jouw clubjes. Je weet wie erbij hoort en wie niet. Wat done is en wat not done is. Instinctief voel je dat aan. Soms kom je ergens en denk je: Mwah, dit is niet mijn clubje. Zo’n groep houdt zichzelf in stand. Soms door zich af te zetten tegen anderen: Wij doen het zo, zij doen het anders.

Die wij/zij-dynamiek zie je overal terug: in de maatschappij, de politiek en het bedrijfsleven. Het geeft je een gevoel van identiteit en kracht. Je vindt medestanders, spreekt dezelfde taal. Het voelt fijn om ergens bij te horen. We zijn namelijk kuddedieren. De roedel voedt zich met gedeelde gedachtes en gewoontes. Al eeuwen werkt het zo in de natuur.

Maar werkt het ook andersom?

Als een sterke wij-roedel een sterke zij-roedel creëert, wat betekent dat dan? Twee groepen die elkaar bevechten? Zorgt dat voor een sterker geheel? Of juist niet? En als het wij/zij-gevoel minder sterk is, worden de roedels dan zwakker?

Roedel- of team-overstijgend denken?

Dit mechanisme zie je ook binnen organisaties. Denk aan backoffice versus frontoffice. Binnendienst versus buitendienst. Verkoop versus productie. Ik zag het deze week bij een backoffice-team. Ze spreken dezelfde taal, ervaren dezelfde moeilijkheden, dezelfde ongelijkwaardigheid ten opzichte van het frontoffice-team. Ze houden elkaar vast in hun manier van doen. Tijdens een teamsessie kunnen zulke gevoelens onbedoeld worden versterkt. Terwijl de intentie van beide teams goed is; iedereen wil de klantverwachtingen waarmaken, of zelfs overstijgen.

Niet versmelten, wel verduren

De kunst is om deze dynamiek te erkennen en te zien wat écht nodig is: team-overstijgend werken. In de natuur blijven roedels op zichzelf. Van professionals mag je verwachten dat ze uitreiken naar de andere groep. Dat ze hun eigen gewoontes waarderen, maar ook de kracht van het andere teams zien. Met als doel een sterker geheel.

Duiding geven aan het gemeenschappelijk belang

Als teamcoach is het mijn taak om interventies te doen die het geheel helpen. Soms betekent dat tegengas geven. Even geen vriend van het team zijn. Je in de andere roedel plaatsen, zonder erin op te gaan. Het grotere plaatje blijven zien en duiding geven aan het gemeenschappelijk belang.

Meer samen

Hoe mooi zou het zijn als we de roedel niet in kampen verdelen, maar juist vergroten? Minder wij/zij, meer samen. Dáár ligt de echte kracht, of het nu in een organisatie, de maatschappij of in de politiek is. Bij een club horen en de andere club ook tof vinden; dat is waar het om draait.